Waarom herhaling essentieel is als je een taal wilt leren
Je leert een nieuw woord tijdens je les. Je begrijpt het, je gebruikt het zelfs een paar keer en je denkt: “Dit ga ik onthouden.” Een week later wil je hetzelfde woord gebruiken… en ineens ben je het kwijt.
Herkenbaar?
Dan ben je zeker niet slecht in talen leren. Integendeel. Vergeten hoort bij leren.
Een taal leren betekent namelijk niet dat je iets één keer begrijpt en het daarna voor altijd kunt gebruiken. Nieuwe woorden, grammatica en uitdrukkingen moeten verschillende keren terugkomen voordat ze echt vertrouwd worden.
En precies daarom is herhaling bij het leren van een taal zo belangrijk.
Toch is dit iets waar veel taalleerders mee worstelen. Ze leren een lijst nieuwe woorden, volgen hun les en gaan daarna vooral verder met de volgende leerstof. Tot ze na een paar weken merken dat ze veel hebben geleerd, maar zich tijdens een gesprek nog steeds niet spontaan kunnen uitdrukken.
Het probleem is dan vaak niet dat ze te weinig geleerd hebben.
Het probleem is dat ze te weinig hebben herhaald.
Waarom vergeet je wat je geleerd hebt?
Ons geheugen werkt niet als een woordenboek waarin alles wat je ooit geleerd hebt automatisch beschikbaar blijft.
Wanneer je een nieuw Spaans of Engels woord leert, is het in het begin nog vrij kwetsbaar. Je herkent het misschien wanneer je het ziet of hoort, maar dat betekent nog niet dat je het woord zelf kunt oproepen wanneer je het nodig hebt.
En daar zit een belangrijk verschil.
Je kunt bijvoorbeeld het Engelse woord appointment herkennen wanneer je het in een tekst ziet. Maar wanneer je tijdens een gesprek wilt vertellen dat je morgen een afspraak hebt, moet je het woord zelf kunnen oproepen.
Herkennen is dus niet hetzelfde als kunnen gebruiken.
Door iets regelmatig opnieuw tegen te komen en actief te gebruiken, wordt het steeds gemakkelijker om die kennis terug te halen.
Dat is precies wat je nodig hebt wanneer je een taal wilt spreken.
Herhaling betekent niet steeds hetzelfde opnieuw doen
Wanneer mensen denken aan herhalen, denken ze vaak aan woordlijstjes opnieuw bekijken of grammatica-oefeningen opnieuw maken.
Dat kan nuttig zijn, maar herhaling hoeft helemaal niet saai te zijn.
Sterker nog: de meest waardevolle herhaling is vaak actieve herhaling.
Stel dat je vandaag het Spaanse woord aprovechar leert.
Je kunt het woord tien keer lezen en de vertaling opnieuw bekijken. Dat helpt je om het woord te herkennen.
Maar je kunt ook:
zelf een zin maken met aprovechar;
het woord gebruiken tijdens een gesprek;
het woord in een podcast horen;
een paar dagen later proberen te bedenken wat aprovechar betekent zonder je notities te bekijken;
een situatie bedenken waarin je het woord zou kunnen gebruiken;
het woord een week later opnieuw gebruiken in een gesprek.
Dan ben je niet alleen bezig met het woord zien, maar met het daadwerkelijk ophalen en gebruiken van je kennis.
En dat is veel dichter bij wat je uiteindelijk wilt kunnen doen: communiceren.
Je hoeft niet alles meteen te onthouden
Een van de grootste misverstanden bij het leren van een taal is misschien wel dat je iets meteen moet kunnen onthouden.
Dat hoeft niet.
Je mag een nieuw woord vandaag leren en het morgen alweer vergeten zijn.
Je mag een grammaticale regel begrijpen en hem tijdens een gesprek toch verkeerd toepassen.
Je mag een woord drie keer opnieuw moeten opzoeken.
Dat betekent niet dat je niet vooruitgaat.
Elke keer dat je iets opnieuw tegenkomt, krijgt je brein opnieuw de kans om die informatie te verwerken en te versterken.
Het doel is dus niet om nooit meer iets te vergeten. Het doel is om het steeds gemakkelijker terug te kunnen vinden.
En dat gebeurt door herhaling.
Gespreid herhalen werkt beter dan alles in één keer
Misschien herken je dit: je hebt een toets, examen of reis voor de deur en besluit om in één avond een heleboel woorden te leren.
De volgende dag ken je ze misschien behoorlijk goed.
Maar vraag je jezelf twee weken later nog wat die woorden betekenen, dan is een groot deel alweer verdwenen.
Dat komt onder andere doordat je brein meer heeft aan gespreide herhaling dan aan één lange studiesessie.
In plaats van twintig nieuwe woorden één keer heel intensief te leren, kun je ze beter meerdere keren op verschillende momenten opnieuw tegenkomen.
Bijvoorbeeld:
Maandag: je leert de nieuwe woorden.
Dinsdag: je probeert ze zonder spiekbriefje terug te halen.
Donderdag: je gebruikt een aantal woorden in eigen zinnen.
Weekend: je luistert naar een gesprek of leest iets waarin sommige woorden opnieuw voorkomen.
De week daarna: je probeert ze opnieuw te gebruiken tijdens een gesprek.
Je hoeft hier geen uren voor vrij te maken.
Het gaat vooral om het principe: laat wat je leert niet verdwijnen zodra je de les hebt afgesloten.
Hoe kun je herhaling in je dagelijks leven verwerken?
Het goede nieuws is dat herhalen niet betekent dat je iedere dag een uur aan je bureau moet zitten.
Een paar minuten kunnen al waardevol zijn, zolang je die minuten bewust gebruikt.
1. Kijk niet alleen naar woorden, maar probeer ze op te halen
Heb je een lijstje met nieuwe woorden?
Bedek dan eens de vertaling en probeer zelf het woord te bedenken.
Of doe het andersom: zie het woord in je moedertaal en probeer de vertaling te vinden.
Dat kleine verschil maakt een groot verschil.
Je traint namelijk niet alleen herkenning, maar ook het actief ophalen van informatie uit je geheugen.
2. Maak je eigen zinnen
Een woord kennen is één ding. Het woord zelf kunnen gebruiken is iets anders.
Maak daarom bij nieuwe woorden een zin die bij jouw leven past.
Leer je bijvoorbeeld to postpone? Dan is een zin als:
“I had to postpone my appointment.”
veel nuttiger voor jou dan alleen de vertaling “uitstellen” uit je hoofd leren.
Hoe persoonlijker en betekenisvoller de context, hoe gemakkelijker het vaak wordt om het woord later opnieuw te gebruiken.
3. Gebruik oude leerstof bewust opnieuw
Wanneer je nieuwe grammatica leert, betekent dat niet dat je de vorige grammatica nooit meer nodig hebt.
Probeer tijdens het spreken juist bewust oudere leerstof opnieuw te gebruiken.
Ben je bijvoorbeeld bezig met de past simple? Gebruik dan ook af en toe de present simple en present continuous die je eerder hebt geleerd.
Zo blijft oude kennis actief terwijl je nieuwe kennis toevoegt.
4. Maak van je dagelijkse leven een oefenmoment
Je hoeft niet altijd een oefenboek open te slaan.
Beschrijf in je hoofd wat je aan het doen bent.
Vertel jezelf wat je vandaag hebt gedaan.
Maak een boodschappenlijstje in de taal die je leert.
Schrijf een kort berichtje.
Luister naar een podcast en probeer woorden te herkennen die je eerder geleerd hebt.
Of praat een paar minuten tegen jezelf.
Het hoeft niet perfect te zijn.
Het doel is om je hersenen regelmatig te laten denken: “Ik heb deze taal nodig.”
5. Herhaal vooral wat je daadwerkelijk wilt kunnen gebruiken
Je hoeft niet elk woord uit een woordenboek te kennen.
Als je Engels leert om gemakkelijker op reis te kunnen communiceren, zijn andere woorden en uitdrukkingen belangrijker dan wanneer je Engels leert voor je werk.
Denk daarom regelmatig na over de vraag:
Welke woorden en zinnen heb ik nodig in mijn dagelijks leven?
Dat maakt je herhaling niet alleen efficiënter, maar ook veel relevanter.
En hoe zit het met grammatica?
Ook grammatica heeft herhaling nodig.
Je kunt perfect begrijpen hoe de present perfect werkt wanneer je de uitleg van je docent hoort. Maar tijdens een spontaan gesprek heb je geen tijd om eerst in je hoofd alle grammaticaregels af te gaan.
Je moet uiteindelijk gewoon kunnen zeggen wat je wilt zeggen.
Daarvoor heb je veel herhaalde blootstelling én gebruik nodig.
Daarom vind ik het belangrijk om grammatica niet alleen uit te leggen, maar er ook regelmatig opnieuw op terug te komen in oefeningen, gesprekken, teksten en realistische situaties.
Je hoeft een grammaticaregel niet één keer volledig te beheersen voordat je verder mag.
Je bouwt er stap voor stap vertrouwdheid mee op.
De beste herhaling voelt soms helemaal niet als studeren
Een van de mooiste dingen aan taal leren is dat herhaling overal kan gebeuren.
Je hoort een uitdrukking in een serie die je vorige week tijdens je les hebt geleerd.
Je gebruikt een nieuw woord wanneer je met iemand praat.
Je leest een zin en denkt: Oh ja, deze grammaticale structuur ken ik.
Dat zijn allemaal kleine momenten waarop je kennis opnieuw geactiveerd wordt.
En juist die momenten tellen mee.
Daarom is het zo belangrijk om niet alleen te kijken naar de uren die je “aan het studeren” bent.
Een taal leren gebeurt ook tijdens luisteren, lezen, gesprekken voeren, schrijven en zelfs tijdens die momenten waarop je even moet nadenken over hoe je iets wilt zeggen.
Wat als je het gevoel hebt dat je steeds opnieuw moet beginnen?
Dan wil ik je vooral dit meegeven:
Je begint niet opnieuw.
Als je een woord ooit geleerd hebt en het later weer moet opzoeken, is die eerdere kennis niet waardeloos geweest.
Misschien herken je het woord sneller dan de eerste keer.
Misschien komt de betekenis je bekend voor.
Misschien heb je het woord vroeger al eens gebruikt, maar lukt het nu nog niet om het spontaan te produceren.
Dat zijn allemaal stappen in het leerproces.
Taal leren is geen rechte lijn waarbij je iets leert en het daarna nooit meer vergeet.
Het is eerder een proces van leren, vergeten, opnieuw tegenkomen, opnieuw gebruiken en steeds sterker worden.
Je hoeft niet méér te leren. Je moet soms langer bij iets blijven.
Dit is misschien wel de belangrijkste boodschap van deze blog.
Wanneer je het gevoel hebt dat je niet snel genoeg vooruitgaat, is de oplossing niet altijd om nóg meer nieuwe woorden, grammatica of oefeningen toe te voegen.
Soms is het juist beter om even terug te kijken.
Wat heb je de afgelopen weken geleerd?
Welke woorden herken je nog?
Welke woorden kun je daadwerkelijk gebruiken?
Welke grammatica begrijp je wanneer je ze ziet, maar vind je moeilijk wanneer je zelf moet spreken?
Daar ligt vaak veel meer winst dan bij het steeds toevoegen van nieuwe leerstof.
Leren is niet alleen nieuwe informatie verzamelen. Het is ervoor zorgen dat die informatie uiteindelijk beschikbaar wordt wanneer je ze nodig hebt.
En daarvoor is herhaling onmisbaar.
Maak van herhaling een vast onderdeel van je taalroutine
Wil je hier zelf meteen mee aan de slag?
Probeer deze week dan eens een eenvoudige 10-minuten-herhaling.
Kies aan het einde van je week:
5 woorden die je deze week hebt geleerd;
2 grammaticale structuren die je geoefend hebt;
1 uitdrukking die je graag natuurlijker wilt kunnen gebruiken.
Neem vervolgens tien minuten en probeer zonder je cursusmateriaal:
de woorden uit je hoofd te vertalen;
met elk woord een eigen zin te maken;
de grammaticale structuren in een paar zinnen te gebruiken;
de uitdrukking hardop te zeggen;
alles daarna pas te controleren.
De woorden die je vergeten bent, zijn juist interessant.
Dat zijn de woorden die je opnieuw wilt tegenkomen.
Herhaal ze later deze week nog eens en probeer ze vervolgens ergens bewust te gebruiken.
Je hoeft geen uren toe te voegen aan je week. Je hoeft alleen slimmer om te gaan met wat je al geleerd hebt.
Een taal leren is meer dan lessen volgen
Een goede taalles kan je nieuwe kennis, structuur, feedback en richting geven. Maar wat je tussen de lessen door doet, speelt minstens zo'n belangrijke rol.
Daarom geloof ik sterk in een samenwerking tussen docent en student.
Als docent kan ik je helpen bepalen wat je moet leren, hoe je het kunt oefenen en waar je nog aan moet werken. Maar uiteindelijk moet de taal ook een plek krijgen buiten die ene les per week.
Niet omdat je elke dag uren moet studeren.
Wel omdat een taal pas echt van jou wordt wanneer je ze regelmatig opnieuw tegenkomt en gebruikt.
Dus de volgende keer dat je denkt:
“Waarom ben ik dit alweer vergeten?”
Zie dat dan niet als een teken dat je niet goed bent in talen.
Zie het als een uitnodiging om het nog eens te gebruiken.
Want misschien is dat precies wat je nodig hebt om het deze keer wél te onthouden.
Vond je deze blog interessant en is je interesse gewekt voor persoonlijke begeleiding bij je taaltraject? Stuur me gerust een berichtje!
Veel liefs
Annelot
Opmerkingen